Ga direct naar productinformatie
1 van 1

De gouden eeuw van China / tang-dynastie (618-907 na chr.)

Normale prijs
€18,00 EUR
Normale prijs
Aanbiedingsprijs
€18,00 EUR

Korte omschrijving 📚

De Tang-dynastie of T’ang-dynastie regeerde China tussen 618 en 907. Na een eeuwenlange periode van verdeeldheid was China herenigd onder de kortstondige Sui-dynastie (581-618). De Tangheersers, van gemengd Chinese, Xianbei en Turkse afkomst, bouwden China uit tot een expansief en kosmopolitisch rijk. De eerste keizers breidden de Chinese macht uit naar Korea en Centraal-Azië. De aanleg van het Grote Kanaal tussen het opkomende zuiden en het strategisch belangrijke noorden, de bouw van twee grote hoofdsteden en de groeiende binnenlandse en buitenlandse handel stimuleerden de economische ontwikkeling. De bevolking kon daardoor van 50 miljoen inwoners groeien tot ongeveer 80 miljoen.
De hoofdstad Chang’an was met een miljoen inwoners de grootste stad ter wereld. Via de zijderoute trokken handelaren, geleerden en volgelingen van tal van religies naar de Chinese hoofdstad. Zij verrijkten de Chinese cultuur met nieuwe vormen van muziek en dans. Het uit India afkomstige boeddhisme drukte in de Tangperiode een groot en blijvend stempel op de Chinese cultuur. De periode geldt ook als een van de hoogtepunten van de Chinese literatuur. Dichters als Li Bai en Du Fu worden tot de grootsten uit de Chinese geschiedenis gerekend. De uitvinding van de blokdruk zorgde voor een brede verspreiding van literaire en religieuze teksten.
De Tang-dynastie blies het examenstelsel nieuw leven in als manier om goed geschoolde ambtenaren aan te trekken. In het landsbestuur, de belastinginning en de rechtspraak werden nieuwe vormen geïntroduceerd die tot het einde van de keizertijd in stand bleven.
Het midden van de achtste eeuw vormde het keerpunt voor de Tang-dynastie. Na de nederlaag in de slag bij de Talas (751) tegen de islamitische Abbasiden verloor China de controle over Centraal-Azië. De Tang waren van plan om nieuwe troepen te sturen om de verloren oorlog tegen de Abassiden voort te zetten, maar een grootschalige binnenlandse opstand onder leiding van de militaire gouverneur An Lushan brak uit en bracht de dynastie op de rand van de afgrond. De beide hoofdsteden Chang’an en Luoyang vielen in handen van de rebellen. De opstand kon uiteindelijk bedwongen worden met hulp van Oeigoerse huurlingen, maar gedurende de rest van de dynastie was het centrale gezag ernstig verzwakt. Militaire gouverneurs in de provincies waren vrijwel onafhankelijk en het land was kwetsbaar voor agressie van de kant van het Tibetaanse rijk en het Oeigoerse Rijk.
In de tweede helft van de negende eeuw verviel het rijk steeds verder in anarchie. De boerenopstand onder leiding van Huang Chao tussen 875 en 884, waarbij Chang’an vrijwel vernietigd werd, betekende het einde van het gezag van de Tang-keizers. In 907 maakte de krijgsheer Zhu Wen een einde aan de Tang-dynastie. Daarmee begon de periode van de Vijf Dynastieën en Tien Koninkrijken (907-960).

Uitgeverij WBOOKS 2011, Gebonden, 192pp, mooi exemplaar, 29.5x23.5cm