Ga direct naar productinformatie
1 van 1

Amsterdam burgerweeshuis

Normale prijs
€19,50 EUR
Normale prijs
Aanbiedingsprijs
€19,50 EUR

Korte omschrijving 📚

Al vanuit een zeer oude bepaling stamt het principe dat de burgemeesters de “overste voogden” waren van wezen en weduwen. Dit hield in dat zij hiervoor dus ook de zorg moesten dragen. In ieder geval tot aan 1795 bevatte de eed die burgemeesters moesten afleggen dan ook de tekst: “Dat sweert ghy, dat ghy goede Poortmeesters ende beraders van de stede wesen sult; der goede eer, ende renten bewaren sult, als uwes selves goede; der stede der Poorteren, Weduwen ende Weesen beschutten ende beschermen sult, metter stede handvesten ende rechten; nae uwen beste vermoghen; ende dit niet te laten om eenigherhande saken.” Naarmate de stad groeide, konden de burgemeesters niet al hun taken zelf meer uitvoeren en werden steeds meer taken uitbesteed aan regeringscolleges. Een van de oudste van dergelijke colleges is de weeskamer.De weeskamer werd vanuit de stadsregering bestuurd en overzag de zorg van de wezen. De kosten hiervan werden onder andere vergoed vanuit de erfgelden van de wezen, waarover de gemeente (als overste voogd) de zeggenschap had. De weeskamer hield echter alleen toezicht op kinderen die iets (hoewel soms weinig) bezaten.[2] Kinderen zonder enig bezit werden vaak uitbesteed aan huiszittenmeesters en door hen aan het werk gezet. Aan het begin van de 16e eeuw ontstonden hiervoor echter steeds vaker burgerweeshuizen, maar ook die hadden een beperkte taak. Zo nam de Amsterdamse weeskamer alleen kinderen van stadsburgers (poorters) op. Voor de kinderen wier overleden ouders het zowel aan bezit als burgerrechten ontbrak, bestonden er vanuit verschillende geloofsgemeenschappen ook weeshuizen.
Het Amsterdamse regeringscollege “De weeskamer” heeft bestaan vanaf halverwege de 15e eeuw of zeker van 1466 t/m 1811.

Staatsuitgeverij 1975, gebonden met stofomslag, 376pp, mooi exemplaar,