Ga direct naar productinformatie
1 van 1

1520-1525 De kroniek van Johannes van Lochem prior te Albergen / vertaling en toelichting

Normale prijs
€24,50 EUR
Normale prijs
Aanbiedingsprijs
€24,50 EUR

Korte omschrijving 📚

Dat is goed nieuws. Dit geeft ons de mogelijkheid ideaal en werkelijkheid te vergelijken. Het ideaal kennen we wel. Een beweging als de Moderne Devotie (Thomas van Kempen met zijn ‘De navolging van Christus’ bijvoorbeeld) wilde in de 15e eeuw het algemene godsdienstige peil verhogen, loslopende jongelui een vrome opvoeding geven, de groeiende leeshonger met stichtelijke boeken vullen en het kloosterleven van alle binnengeslopen ongerechtigheden zuiveren. Een ambitieus programma, waaraan hard gewerkt werd. Wat kwam er in de praktijk van terecht?

Het protestantisme kwam een eeuw later met deels dezelfde idealen. Het wilde de kloof tussen geestelijken en leken dichten, een einde maken aan alle vormen van bijgeloof, kerkgebouwen van beelden, altaren en muurschilderingen ontdoen, het onderhouden van een relatie met de doden beëindigen, kloosters sluiten en iedereen in staat stellen de Bijbel in eigen taal te lezen. In hoeverre konden die idealen gerealiseerd worden? Om dat te kunnen beoordelen zijn bronnen nodig die als vensters op het dagelijks leven kunnen dienen. Zo’n bron is ‘De kroniek van Johannes van Lochem, prior te Albergen, 1520 – 1525′. Een aantal inleidingen van diverse auteurs gaat aan de vertaling in modern Nederlands vooraf. Dr. Rudolf van Dijk geeft een grondig overzicht van de mogelijkheden en functie van een klooster dat zich bij de Windesheimse congregatie had aangesloten. Met veel details beschrijven H. Hagens en R. F. A. Rorink de context van dit specifieke klooster: de problemen met plunderende benden uit Gelre, het boerderijbezit, de economische positie. Foto’s en schetsen verhelderen het beeld. Pas halverwege het boek (pag. 229) komt de eigenlijke kroniek aan de beurt. De prior Johannes van Lochem heeft een brede belangstelling en kijkt verder dan de belangen van het klooster reiken. Hij beperkt zich niet tot de interne aangelegenheden. We komen te weten over welke informatie van het wereldgebeuren hij beschikte en hoe de kloostergemeenschap daarop reageerde. Ook de eerste gevolgen van de protestantse reformatie komen in zicht. Uitvoerig bericht de prior over de verbranding van de eerste martelaars. Hij maakt melding van het verschil in beoordeling onder de mensen. Sommigen ‘verklaarden met grote nadruk dat het geloof van deze mensen zuiver katholiek was geweest. Anderen daarentegen verkondigden luid, dat zij als verderfelijke volgelingen van hun verderfelijke leermeester, de ketter Maarten Luther, die brandstapel ten zeerste verdiend hadden’.

Zelf onthoudt hij zich van een standpunt. Hij weigert over figuren als Luther en Erasmus een ongunstig oordeel te vellen. Wel onderkent hij de ernst van de situatie. “Op heel veel plaatsen werden kloosters volledig weggevaagd. Monniken namen nonnen tot hun wettige echtgenote. Priesters traden uit het aan de Heer gewijde leven. De kerkelijke regels werden met voeten getreden. Veel van wat tot dan toe ongeoorloofd was geweest, werd nu toegestaan.” Tegelijk uit hij waardering voor bepaalde geschriften van Luther en prijst hij het in Erasmus, dat door zijn toedoen ook jonge mensen zich beijverden om het Nieuwe Testament in de volkstaal te lezen.

Tot dusver werd algemeen aangenomen, dat de kloosters van de Windesheimse congregatie uiterst negatief op de protestantse reformatie hadden gereageerd. Dank zij zo’n kroniek krijgen wij hiervan een genuanceerder beeld. Duidelijk wordt ook, dat de neergang van een klooster als in Albergen veel meer door de oorlogshandelingen dan door de reformatie veroorzaakt werd. Het kost de prior en zijn mensen de grootste moeite om in een tijd van wetteloosheid aan de zwakkeren in de samenleving enige beschutting te leveren.

De kroniek is levendig geschreven en geeft een goed beeld van de wijze waarop een klooster zich in de 16e eeuw probeerde te handhaven.

FEBO Enschede

1995, hardcover, 524pp, mooi exemplaar